Ko Lum's archief

Welkom bij het archief van Ko Lums columns. Hier kun je de eerder verschenen columns van Ko Lum teruglezen. Blader door de columns en ontdek de wereld door de ogen van deze zelfingenomen fantast.

INDELING

NR. 1  EVEN VOORSTELLEN.

NR. 2 DECEMBER.

NR. 3 MIJN TAFELTENNISCARRIÉRE.

NR. 4 DE OUDEREN HEBBEN HET VERLEDEN.

NR. 5 EEN ZWARE DOBBER.

NR. 6 VERLIEZEN IS EEN KUNST.

 

===========================================================================================================

EVEN VOORSTELLEN  (nr. 1)

Hallo beste lezers en lezeressen. Graag stel ik me even aan jullie voor via dit kanaal.

Mijn naam is Ko Lum, volgens mijn moeder geboren en getogen in Amsterdam en sinds lange tijd vooral bij mij in de regio bekend staand als een erkend schrijver van scherpe, analytisch en tactisch verantwoorde, soms komische en soms kritische columns. 

Deze columns gaan over het dagelijkse leven, over het wereldje zoals ik dat zie met een vleugje fantasie en ook over sport, mede omdat ik dat in al die lange jaren in verschillende takken zelf heb beoefend.

Ik hoor u denken: welke raakvlakken heeft deze vriendelijke man nu eigenlijk met sport? Terechte gedachte maar het antwoord is even simpel als ingewikkeld, namelijk: veel. Laat ik in deze eerste column eens beginnen met de denksport schaken.

Ik moet een jaar of 2 zijn geweest toen ik voor het eerst in aanraking kwam met het edele spel. Thuis hadden we het niet echt breed en voor speelgoed was geen geld beschikbaar. Mijn vader was houtbewerker van beroep en naast zijn verwoede hobby als sportvisser bracht hij ook menig uurtje door aan het door hemzelf ontworpen schaakbord. Ook de bijbehorende stukken waren door hem vervaardigd. Op de momenten dat mijn vader aan het werk was en ik me langzaam ontwikkelde tot een ondernemende peuter kreeg ik van mijn moeder de schaakstukken van mijn vader om mee te spelen. Hoewel het geen jeugdtrauma is geworden is dat eerste speelgoed bepalend geweest voor het verdere verloop van mijn jeugd.

Waar andere kinderen van rond de 10 jaar buiten bordjetik of verstoppertje speelden of met de priktol aan de slag gingen kocht ik van mijn eerste opgespaarde zakgeld de prisma schaakboekjes van Hans Bouwmeester (een erkend schaakpublicist). De verhalen van vroegere wereldkampioenen en hun rivalen intrigeerde mij, ze namen mij mee naar een tijdperk (1800-1950) die mij de romantiek van het schaken deed begrijpen. Soms arme sloebers, vaak ook weer vroegtijdig gestorven maar geniaal op de 64 velden. Dankzij deze lectuur staan namen als Steinitz, Anderssen, Paulsen en Morphy voor eeuwig in mijn geheugen gegrift. Ik speelde vol overgave hun partijen na en verdiepte me in hun levenswijze. Het klinkt simpel maar dankzij deze boekjes ben ik aan het schaken verslaafd geraakt.

In mijn carrière als schaker heb ik tot dusver een enkele up maar vele downs meegemaakt, dat is dan ook de hoofdreden dat ik al 12 x ben gestopt als clubschaker maar steeds weer voor korte duur. Schaken, tja, dat overkomt je en laat je nooit meer los, het gevoel om je herseninhoud tactisch te meten met je tegenstander en hem dan bij voorkeur mat te zetten is vergelijkbaar met een eh.... nou ja, het gevoel dat je bijvoorbeeld een prijs hebt gewonnen in de Staatsloterij. Overigens een slecht voorbeeld omdat ik het genoegen van dat gevoel nooit heb mogen ervaren, maar dat terzijde.

Genoeg voorgesteld, vanaf het volgende nummer zal ik wekelijks de mij toegewezen ruimte vullen met mijn hersenspinsels.

 

                                                                                                            KO LUM

 

===========================================================================================================

                                                                                            DECEMBER   (nr. 2)

Het is weer zo ver. December is aangebroken. Je moet sterk in je schoenen staan om die vreetmaand te overleven. Nou kamp ik al jaren met het probleem mijn gewicht op enig niveau te houden maar als al die verleidingen in de vorm van marsepein, chocoladeletters, pepernoten, banketstaven, gourmetschotels, koude en warme tussendoortjes, oliebollen, appelflappen en last but not least de alcoholische versnaperingen mijn neus passeren dan is er geen ontkomen aan dat mijn weegschaal de eerste week van januari mij op rapport laat komen.

Maak jezelf dan maar weer wijs dat het niet je eigen schuld is. Dan heb ik ook nog te maken met mijn vrouw Kobie, aardig mens, maar als de kerstman met zijn oude slee weer is neergedaald in onze regio dan gebeurt er iets wat ik al 78 jaar niet kan verklaren, want gevoelsmatig ken ik haar al zo lang. Het huis verandert plotseling in een 2ehands tuincentrum. Je kan geen kastdeur opendoen om iets te pakken of er dondert een kerstbal op de grond of nog erger, een compleet kerststuk, gevolg: scherven, overal naalden op de grond en wie mag het weer opruimen? Ko.

Gelukkig duurt deze poppenkast gemiddeld maar een week of 6 maar ja, dan ben je er nog niet met die vermaledijde kerstdagen. Wat natuurlijk niet mag ontbreken is het jaarlijkse megafestijn: het kerstdiner. Een logistiek proces waar je U tegen zegt. Je moet tenslotte met iedereen rekening houden. Mijn broer Jan lust alleen biefstuk, zijn vrouw alleen kipstukjes, niet gemarineerd. Dan is daar mijn nicht Jet, altijd aanwezig als er gratis eten te verorberen is en verorberen kan ze als de beste, dus dat betekent extra inslaan. Ook hebben we nog schoonmoeder Lola, die wil alleen een paar boterhammen met pindakaas, buurman Henk, is altijd alleen met die dagen en sociaal als ik al jaren ben mag hij meeprikken, helaas is hij vegetariër en dan zijn er nog de 2 neefjes Puk en Sully, je raadt het al, veel patat en een frikandel.

Maar goed, het hoort er bij (neem ik aan). Na afloop van dit festijn ruikt onze kamer 3 dagen naar de drukke snackbar van om de hoek en is de vloerbedekking te vergelijken met de Jaap Edenbaan, alleen iets gladder.

Helaas is dan de gruwelmaand nog niet voorbij. Als klap op de vuurpijl sluiten we af met oud en nieuw. Weken van tevoren dienen de vette oliebollen te worden gekeurd zodat je half misselijk de laatste dag van het jaar in gaat.

En daar staan die bollen weer, opgesteld in rotten van 4, zeker 6 schalen want er mocht eens iemand onverwacht komen aanwaaien. Alles moet op wordt er nog bij gezegd. De laatste uren tikken weg net zoals mijn helderheid na het innemen van de vele borrels en dan komt het klapstuk van de avond: de champagne. Ik kan u vertellen dat ik de komende jaren het vuurwerk niet zal missen, simpelweg omdat ik dat al jaren als gevolg van de drankinname niet meer beleef. Ik neem mezelf voor, dit nooit meer, maar diep van binnen weet ik nu al dat het volgend jaar weer net zo zal verlopen.  Maar daar maak ik me pas begin december 2026 weer druk om.

 

                                                                                                 Ko Lum

===========================================================================================================

 

                                                                          MIJN TAFELTENNISCARRIERE   (nr. 3)

Een bovengemiddeld columnist dient naast een schat aan woordenkennis ook te beschikken over levenservaring, daarnaast zijn uitstekende sportprestaties een mooie aanvulling hier op.

Zo heb ik een geweldige carrière als tafeltennisser achter de al wat ouder wordende rug. Die carrière begon toen ik nog een snotneusje was, op de dag dat ik mijn 7e verjaardag vierde. Op die dag kreeg ik namelijk van mijn ouders 2 tafeltennisbatjes plus 3 balletjes, stevig ingepakt in hard plastic. Natuurlijk wilde ik dat wel eens uitproberen, probleem was alleen dat ik er geen tafeltennistafel bij had gekregen en zelfs het bijbehorende netje ontbrak. Gelukkig was mijn vader vrij handig, hij knipte van muggengaas een langwerpig net en spande dat om onze ronde eetkamertafel. Al snel had ik het spelletje onder mijn linkerknie, met name op de door mij geslagen ballen met antikruisspin had mijn 5 jaar oudere broer geen antwoord.

Het bleek het begin van een glanzende carrière als toptafeltennisser. Toen ik 10 jaar was meldde ik me bij mijn eerste tafeltennisvereniging. Waar andere kinderen van mijn leeftijd moeite hadden zelfs het balletje te raken lanceerde ik de ene na de andere smash. De coach noemde het geluk, maar zelf herkende ik pure genialiteit, toen al. Mijn tegenstanders hadden het zwaar want menig potje duurde zo ‘n 20 seconden. Ik begon dan met de opslag, een soort raketlancering of een formule 1 auto die met 375 km het rechte stuk opkomt, het antwoord bleef men dan schuldig. Tranen met tuiten werden er gehuild op de club als men tegen mij moest spelen, het leidde tenslotte tot een leegloop van leden waarna ik vriendelijk doch zeer dringend werd verzocht mijn lidmaatschap op te zeggen. Mijn opslag was zo krachtig dat vele tegenstanders beweerden dat ze het balletje niet zagen aankomen. Dan legde ik hen uit dat het balletje wel te zien was maar dat hun ogen niet snel genoeg functioneerden. Meestal werd er dan geknikt, niet omdat ze het begrepen maar omdat ze bang waren dat tegenspreken tot een 2e service zou leiden.

Vele toernooien gespeeld, op mijn 25e werd het toppunt van mijn carrière bereikt. Ik heb toen eens een bal zo veel spin gegeven dat hij terug naar mij toe draaide en me bijna een high five gaf. De bal miste mijn hand maar het gebaar waardeerde ik zeer. Er zijn weinig ballen in de wereld met zoveel intelligentie. Ook nog een demonstratiepartijtje gespeeld tegen de bekende tafeltennisser Jan Ove Waldner. Ik heb nog nooit een mond zo open zien staan. Ik versloeg hem namelijk in 2 slagen: 1) mijn opslag en 2) het moment waarop Jan Ove zijn batje neerlegde, wegliep en zei: “ik vind dit niet emotioneel verantwoord” of iets in die strekking, want Zweeds is bij mij niet op het niveau van het Fins.

Ik ben er op een gegeven moment mee opgehouden en gaan voetballen maar daarover in 1 van de volgende columns. Jaren later en ouder heb ik me nog eens aangemeld bij een beginnende tafeltennisvereniging in Almere, het inmiddels bekende Almere United. Aardige mensen, ik weet nog goed dat ik daar binnenkwam en de voorzitter een beetje in de lach schoot, ik hoorde hem denken: weer een oude amateur erbij maar goed, een lid is een lid. Toen ik hem enkele weken later als tegenstander aan de tafel trof en hem trakteerde op mijn nog steeds aanwezige supersmashes kon hij slechts met respect uitbrengen: “rustig aan, maestro”.

Desalniettemin is het een fijne vereniging en raad ik een ieder aan, woon je in de buurt van Almere, meld je aan als lid, denk niet dat je zo goed zal worden als ik maar tafeltennis is een heerlijke sport om te beoefenen.

 

                                                                                                                                       Ko Lum

 

===========================================================================================================

 

                                                                DE OUDEREN HEBBEN HET VERLEDEN. (nr. 4)

Men zegt dat de jeugd de toekomst heeft. Dat zal best. Maar die toekomst is vaag. Ook in 2026 weet niemand hoe het er over dertig jaar uitziet. Wie dat wél beweert, verkoopt crypto.

Ik ben niet van gisteren. Eerder van vóór eergisteren. Ik heb het verleden. En dat is geen hobby, dat is ervaring.

 

Zo had je in mijn tijd populaire sporten zoals trefbal (wat heb ik daar een blauwe plekken aan overgehouden), diabolo, dat destijds een populair jongleerspelletje was maar nooit deed wat ik wilde, rolschaatsen voor gevorderden, heb ik ook gedaan maar het was meer vallen dan opstaan, pollenhappen en zeeklunen.  En ja, ik was nationaal kampioen zeepkistrace. Zonder remmen. Dat scheelt nu weer herinneringen.

Al die genoemde sporten zijn totaal verdwenen of gefuseerd tot een nieuwe sport, zoals daar nu het skeeleren is dat is voortgekomen uit het rolschaatsen. Zeepkisten werden Formule 1, maar dan met minder lef en meer marketing.

De grootste sport van nu? Schermtijd. Topsport voor zittend Nederland. Wereldkampioen niks doen.

 

Laat één ding duidelijk zijn: over dertig jaar zal niets meer hetzelfde zijn. Als ik er dan nog ben, lig ik vermoedelijk in het Nationaal Museum van Verdwenen Bewegingen, naast een zak knikkers en de zeepkist, met een bordje: “Kon vroeger zonder scherm.” 

 

Schoolklassen lopen langs, drukken op een knop en dan begin ik te vertellen. Dus geniet van het heden — straks ben je cultureel erfgoed.

                                                                                                         

                                                                                        Ko Lum

 

===========================================================================================================

 

EEN ZWARE DOBBER (nr. 5)

“Dat wordt een zware dobber.” Een klassieker in de sport.
Ajax en de Champions League? Zware dobber.
Tegen Rico Verhoeven kickboksen? Vooral voor je kaak.

Met al die sportevenementen duikt de uitdrukking weer op.
WK voetbal bijvoorbeeld.
Wereldkampioen worden? Voor Oranje: dobber. Met ballast.

Ik kwam de term recent ook persoonlijk tegen.
Ik was namelijk zelf een zware dobber geworden.

Jarenlang sportte ik fanatiek.
Dat compenseerde het zitten en schrijven.
Maar toen ik stopte met sporten, begon het feest.
Vooral rond mijn middel.

Bij de slager vroegen ze niet meer:
“Mag het ietsje meer zijn?” Nee hoor.
Het pondje lag er al bij. Uit voorzorg.

Ik probeerde alles.
Tennis. De umpire riep steeds “vetpoint”.
Niet mijn punt, wel mijn probleem.
Touwtjespringen: na regen bleef het water staan.
Wielrennen dan. De tubes gaven het op.
Ik hoorde ze zuchten onder het te torsen gewicht.

Mijn buurman kwam met dé oplossing: "ga lekker zwemmen".
Briljant idee. Een geldig excuus om naar het zwembad te gaan.
Baantjes trekken i.p.v. kroketten bij FEBO.

De eerste keer was hels. Niet het zwemmen.
De badmeesters. “Wilt u links zwemmen?”
“Daar moet de bodem nog schoon.”
Humor. Van professionals.

Dat was de druppel. Ik stapte in de auto.
Blokkeerde een oprit.
En dronk een fles whisky leeg. Zittend.

De politie kwam. Blaastest. Mee naar het bureau.

Nu zit ik al een week in een koude cel.
Op water en brood.
Als ik hier geen kilo’s verlies,
dan ga ik het kickboksen toch overwegen.

 

Ko Lum

 

===========================================================================================================

 

VERLIEZEN IS EEN KUNST (nr. 6)

 

“Je moet ook tegen je verlies kunnen.”
Die zin hoor ik al sinds mijn jeugd.
En eerlijk is eerlijk: ik kan veel. Heel veel.
Maar verliezen? Nee.

 

Dat begon al vroeg.
Ik was een jongetje van acht. Straatvoetbal met buurtgenoten.
Niet gewonnen? Tranen. Met tuiten.
De dag telde pas als ik had gewonnen. Punt.

 

Dat verliessyndroom is nooit meer weggegaan.
Het is gebleven. Hardnekkig. Als eelt.

Ook mijn kinderen hebben ermee moeten leven.
Met een winnende vader.
Ik speelde met mijn zoontjes (toen 8 en 5) net zo lang door totdat papa,

breed glimlachend, weer had gewonnen.
Ganzenbord. Monopoly. Dammen. Memory. Bordje tik. Bromtollen.
Alles was toegestaan. Behalve verliezen.

 

Dat riep weerstand op.
Mijn schoonmoeder keek me jaren niet aan.
Een verlies overigens dat ik prima kon dragen.

Winnen zit nu eenmaal in mijn bloed.
En om daarvoor een bloedtransfusie te ondergaan gaat me wat ver.
Mijn credo is simpel:
wie tegen zijn verlies kan, is geen winnaar.
Zet ’m maar op een tegeltje.

 

Achteraf moet ik toegeven: mijn opvoeding werkte.
Ook mijn kinderen kunnen niet tegen hun verlies. Trots?

Misschien een beetje. Je komt ons soort overal tegen.
Bijvoorbeeld bij het tafeltennis.
Laatst zat ik bij een kampioenswedstrijd.
Het balletje raakte de netband. Plop. Net op de tafel van de tegenstander.
Kansloos voor diezelfde tegenstander.

Honderd van de honderd keer klonk er: “Sorry.” Of: “Excuus.”
Maar ondertussen werd het punt liefdevol omarmd.
Was het excuus écht gemeend? Dan speel je het punt opnieuw.
Maar nee hoor. Het punt werd gretig geïncasseerd.

 

Met het ouder worden merk ik dat verliezen vaker voorkomt.
Het hoort er nu bij. Bijna dagelijks zelfs. En meestal kan ik ermee leven.

Maar soms. Heel soms. Doet het nog steeds verdomd veel pijn.

 

Ko Lum

 

==========================================================================================================